[00:02] Circulariteit in de interieurbouw- en meubelindustrie
Roel van Gils: Welkom bij Binnenwerk de Podcast. In deze aflevering praten we over circulariteit in de interieurbouw- en meubelindustrie. Iedereen wil duurzamer werken, maar wat is vandaag de juiste keuze? Want hoe bepaal je wat echt circulair is als de spelregels nog volop in ontwikkeling zijn? Daarover ga ik vandaag in gesprek met twee gasten van Maiburg. Heren, stel jezelf even voor alsjeblieft.
[00:22] Kennismaking met Leon van Dun
Leon van Dun: Mijn naam is Leon van Dun. Overigens bedankt voor deze mooie introductie. In die zin altijd betrokken geweest bij productinformatie en communicatie. En promotie. Alleen een jaar of 15 geleden eigenlijk gestart met duurzaamheid. Wat zijn duurzame materialen? Wat zijn behoeftes van klanten? En in die zin heb ik een start gemaakt met duurzaamheid. En vandaag de dag is dat heel breed geworden. Maar daarover dadelijk denk ik alweer. Te breed voor een introductie. Maar die rol is steeds groter geworden.
Roel van Gils: Oké, dankjewel Leon. En Johan.
[01:05] Kennismaking met Johan van Dinther
Johan van Dinther: Mijn naam is Johan van Dinther. Inmiddels ook al 38 jaar werkzaam bij de firma. Begonnen op de binnendienst. Altijd in een verkoopgerelateerde rol gezeten. Uiteindelijk naar buiten gegaan. Ook in een leidinggevende functie gezeten. En de laatste jaren ben ik verantwoordelijk voor een aantal key accounts nog. En voor met name productmanagement. Dus in die hoedanigheid ook gewoon betrokken bij circulariteit, duurzaamheid en dat soort dingen.
Roel van Gils: Heel veel kennis aan tafel hier, meer dan 60 jaar, bijna 70 jaar al.
Leon van Dun: Ja, heel veel.
[01:42] Persoonlijke motivatie voor duurzaamheid
Roel van Gils: Oké, Leon, je zei van: ik ben al 15 jaar met duurzaamheid bezig. Wat drijft je eigenlijk persoonlijk om daarmee bezig te zijn?
Leon van Dun: Dat is een beetje gegroeid. Algemene interesse is er altijd wel geweest. Klimaatonderzoeken. Vandaag de dag zitten we hier trouwens lekker binnen aan tafel, maar buiten is het 33 graden. Je denkt meer aan de toekomst binnen bedrijven. Wat verkopen wij voor artikelen? Duurzame artikelen, soms ook wat minder. Dan ga je er een beetje vragen over stellen. En in die zin is dat eigenlijk een beetje gegroeid. Ik zei net ongeveer een periode van 15 jaar. Om ons heen: wetgeving, wat vragen klanten, discussies die je in praatprogramma’s of zo ziet komen. Ja, steeds meer gaat het er wel over. Vanuit die interesse en vanuit mijn rol binnen Maiburg als groothandel groeit dat ook. En wil je je steentje eraan bijdragen als bedrijf? En dan ben ik daar eigenlijk een beetje als specialist in gegroeid.
Roel van Gils: Oké, leuk.
Leon van Dun: Dan moet ik zeggen, door alle vragen en activiteiten die je doet en gesprekken met klanten bijvoorbeeld, krijg je steeds meer interesse. Maar ook de drijfveer, mij persoonlijk, om klanten te helpen of een bijdrage te leveren. Die rol wisselt steeds. En dat maakt het overigens ook heel erg leuk. Hoe we de dingen vijf jaar geleden deden, doen we het nu niet meer.
Roel van Gils: En over vijf jaar misschien weer anders.
Leon van Dun: Of wat we toen goed vonden, dat is nu minimaal en niet meer voldoende. En dat maakt het ook wel interessant, eigenlijk. Nog steeds iedere dag met volle energie weer diezelfde ambitie.
Roel van Gils: Kijk.
Leon van Dun: Het beter doen dan gisteren.
[03:33] Duurzaamheid vanuit commercieel perspectief
Roel van Gils: Ja, klinkt goed. En Johan, hoe zit het bij jou?
Johan van Dinther: Het heeft ook een beetje te maken met je persoonlijke motivatie. Dus bij hem met name ook van toepassing. Kijk, ik denk meestal vanuit de commercie. Dus toen wij in 2010, 2009 onszelf afvroegen: nou oké, gaan we hier iets mee doen? Willen we hier iets mee doen? Toen hebben we gezegd: ja. Toen zijn we eerst begonnen met: wat hebben we? En hoe kunnen we dat toepassen? En hoe kunnen we dat toepassen ook naar onze klanten toe? Dus dat we onderscheidend kunnen zijn met het aanbieden van producten die dan circulair of duurzaam zijn. Commercieel aangelegd, dus redelijk opportunistisch. Van: oké, er is iets, hoe kunnen we dat toepassen? Hoe kunnen we daarin onderscheidend zijn? En op het moment dat je dus gaat zeggen tegen klanten: oké, iets is circulair, iets is duurzaam, er zitten certificaten op, dat soort dingen allemaal. En dan komt Leon eigenlijk om het hoekje kijken, want die wil dan weleens de vraag stellen: is dat dan ook zo? Nou, en dan ben ik meestal klaar, want ik ben, zoals gezegd, ik zit in de commercie.
Roel van Gils: Dus jullie versterken elkaar in die zin.
Johan van Dinther: Zeker. Leon zit meer in de stand van: nou, die gaat dan uitzoeken, klopt het allemaal wel? En zo zijn we er allebei een beetje ingerold. Ik een beetje vanuit het commerciële gedeelte en hij eigenlijk meer vanuit de kennis.
[05:00] Maiburg als groothandel en kennispartner
Roel van Gils: En ja, als je het maar kunt samenvatten, zeg met een paar regels: wat zijn jullie? Wat doen jullie?
Leon van Dun: Wie zijn we? Wat doen wij? Allereerst, wij zijn een groothandel. En dan voeg ik daar altijd aan toe, aan klanten of in een gesprek: maar we zijn geen dozenschuivers. En dat bedoel ik. Een groothandel, dus primair is een assortiment verzamelen van meerdere leveranciers, dat op voorraad hebben en snel leveren aan klanten. Alleen, we hebben sinds jaar en dag, en daar is het thema duurzaamheid bijgekomen: kennis delen. Klanten soms opvoeden of trainen, of vertellen, of begeleiden, of helpen bij keuzes maken. En duurzaamheid is een ander thema. En om Johan aan te vullen, toch even een stapje terug naar wat hij net zei. En daar is mijn verhaal begonnen. Destijds, als we ons assortiment pakken van nu of tien jaar geleden, is daar veel in veranderd. Maar de vraag die ik destijds stelde als marketeer: want wij willen ook kennis delen of productinformatie geven over onze producten. Het eerlijke verhaal. En ook vertellen hoort er altijd bij. Als we het niet weten of er twijfel zit, vertellen we dat er ook bij. Maar destijds begon dat met het thema duurzaamheid. Ja, wat is dat dan? En wanneer is een product duurzaam of minder duurzaam? En daar begon de vraag. En toen rolde ik vervolgens in mijn destijds zelfstudie in certificeringen. Allerlei labels die op een product worden geplakt. Maar als een klant ernaar vraagt, bijna niemand begrijpt het of ze zien door de bomen het bos niet meer. Of certificaat A en B, wat zijn de verschillen? Daarmee te helpen, of ook ons eigen assortiment kritisch te kunnen beoordelen. Een ander zijsprongetje was daarbij ook BREEAM, duurzaam bouwen. Dus er worden kantoorgebouwen neergezet. Wil de opdrachtgever een label erop plakken: mijn kantoorgebouw is duurzaam. En wat betekent dat dan? Of wat wordt er gevraagd in zo’n norm over onze materialen die we verkopen? En op die manier probeer ik een stukje kennis, een stukje connecties te maken. En daar is het destijds begonnen om dat te koppelen.
[07:22] Certificaten en het Maigreen-label
Roel van Gils: Wat werkte toen wel en wat werkte toen niet?
Leon van Dun: Ja, wat toen werkte en niet werkte. Ik zeg: het is best wel complex om echt uit te vinden. Ik wil het eigenlijk heel simpel maken en heel precies. En daar loop ik weleens in mijn eigen valkuil, dat dat bijna niet te doen is. Of certificaten te vergelijken. Soms kan het wel, soms kan het niet. En wat wij toen daarna hebben gedaan, dat is ook zo’n spagaat waar wij in terechtgekomen zijn, of ik persoonlijk. Wij hebben ons Maigreen-label geïntroduceerd. Dus even destijds: er zijn allerlei labels die iets over emissies zeggen of over de samenstelling van materialen. Bepaalde certificaten. Nou, je ziet door de bomen het bos niet meer, zeg ik altijd.
Roel van Gils: Ja, iedereen heeft zijn eigen dingetjes, certificaten, noem maar op.
Leon van Dun: Nou, het eerste verschil wat ik maak, ik haal altijd ook de supermarkt aan. Als je in een supermarkt loopt nu en je ziet allerlei labels op verpakkingen staan, dan zeg je van: ja, is dat nou commercieel? Een bepaalde leverancier heeft er iets opgeplakt, of zit daar nog inhoud achter, of wordt er getoetst? En als het ene product dat wel heeft en het andere niet, is dat ene dan beter? Ja, dat zie je ook hier en daar wel terug. Natuurlijk, in onze wereld zijn er ook wel bepaalde certificaten die iets zeggen over de emissies van bijvoorbeeld een lijm, en dat wel onderbouwd is vanuit testmethodes. En dat wil niet zeggen dat de ene slechter is dan de andere. Maar als nu een klant twee labels ziet, of een product met een label en zonder, ja, is dat ene dan slechter? Nou, dat proberen wij in beeld te brengen, dus om die vragen concreet te maken aan klanten.
Roel van Gils: Maar maak je dan een samenvatting van al die labels, of hoe?
Leon van Dun: Nou, wat wij daar destijds op hebben geplakt, een jaar of tien geleden, is ons Maigreen-label. Ja, om het eigenlijk makkelijker te maken. Als wij een groen label of een blauw label erbij hebben geplakt, dan is dat om het visueel te maken, zodat mensen zonder dat ze alles lezen kunnen zien.
Johan van Dinther: Oké, ik kan in die hoek kijken, oké.
Leon van Dun: En dat is een beetje discutabel geweest, leg ik ook altijd uit. Want het argument daarvoor is: je ziet door de bomen het bos niet meer van de verschillende labels. Zijn die betrouwbaar, zijn die commercieel geladen, of wat zijn de verschillen? Toch hebben wij destijds besloten om het makkelijker te maken voor klanten en voor onszelf, moet ik zeggen. Voor het verkoopteam is duurzaamheid op veel vlakken wel wat lastiger. Dat we hebben gezegd: we plakken een label op als wij vinden dat de samenstelling van een product, en dat is ons duurzame-keuzelabel, bijvoorbeeld uit gerecycled hout of zo bestaat. En dan gebruiken we als benchmark eigenlijk het gemiddelde van de markt. Dus wat daar bovenuit steekt, plakken wij het label op. En dan ook een blauw label, en dat is een gezonde keuze. En dan zit het meer op, denk aan gevaarlijke stoffen of emissies. Dat we zeggen: die daar beter op scoren, dan zit je goed. Als bewijslast voor dat verhaal gebruiken wij wel de erkende labels. Want anders zijn we ons eigen vlees aan het keuren, maar om het makkelijker te maken.
Roel van Gils: Ja, oké.
Leon van Dun: Want anders moet je elke keer dat verhaal uitgebreid uitleggen. Dus een simpel label, om een makkelijke keuze te kunnen maken.
[10:49] Het eerlijke verhaal en de toepassing
Johan van Dinther: Maar nog steeds wel met de doelstelling om het eerlijke verhaal te vertellen. Eigenlijk, dus dat moet je niet vergeten. Er is rubbish in de markt.
Roel van Gils: Jawel.
Johan van Dinther: Ja, dingen die gewoon niet kloppen. En wij proberen wel het eerlijke verhaal, met daaraan gekoppeld eigenlijk dan ook gewoon de toepassing. Kijk, want iets kan duurzaam zijn, circulair, dat soort dingen.
Roel van Gils: Maar in de toepassing kan het ook anders uitpakken.
Johan van Dinther: Dat bedoel ik. En op het moment dat het niet te verwerken is of zo, dan zijn klanten klaar. Dat bedoel ik ook met het eerlijke verhaal. Dus ook gewoon een stuk advies geven aan klanten. Ik zou dit doen of ik zou dit juist niet doen. Maar ja, goed. Nogmaals, het eerlijke verhaal. Ja. En dan loop je soms ook zelf tegen de muur op, hoor.
[11:37] Is de markt klaar voor duurzaamheid en circulariteit?
Roel van Gils: Ja, nee, snap ik. Maar op het moment dat jullie startten, tien jaar geleden, of vijftien jaar, zei je zelfs al, Leon, was de markt toen al klaar daarvoor? Was die vraag er al? Of waren jullie echt te vroeg, om het zo maar te zeggen?
Johan van Dinther: Dat begon toen een beetje te borrelen. Maar de vraag is of de markt er nu al klaar voor is.
Roel van Gils: O, echt? Dat is wel een serieuze stelling eigenlijk. Want?
Johan van Dinther: Grotere instanties en zo, die wel. Die schrijven het voor. Maar als je puur naar de lagere echelons kijkt, die zijn er nog niet mee bezig. En dat heeft puur te maken met dat mensen denken: oké, iets is duurzaam, circulair, zal wel duurder zijn. Dat was in het verleden wel zo. En die afstand wordt steeds korter, vind ik.
Leon van Dun: Ja, misschien een initiële aanschaf, maar als je het bekijkt op een langere termijn, natuurlijk, is het sowieso een ander verhaal.
[12:39] Van duurzaamheid naar circulariteit
Leon van Dun: Nog even iets. Vijftien jaar geleden, over die starttijd ongeveer waar ik het over heb, was het People, Planet, Profit.
Roel van Gils: O ja.
Leon van Dun: Over de planeet en van morgen en de volgende generatie. Maar een bedrijf moet best geld verdienen, want anders kun je ook niet ontwikkelen. Moet geld verdienen. Juiste dingen doen. Dat was toen het verhaal. Toen het containerbegrip duurzaamheid. Wat is dat? Ja, dat kun je op meerdere manieren invullen. De laatste jaren hebben we het over circulariteit. Dus in al die jaren zie je elke keer: o, we hebben een ander containerbegrip. Alleen zit de uitdaging hierin wel. We zeggen: is de markt klaar? En wat zien we? Circulariteit, ja, wat betekent dat? Iedereen vult dat anders in. Daar komt regelgeving aan. Hoe vullen we het in? Er zijn allerlei spagaten of dilemma’s. Een plaatmateriaal van gerecycled materiaal en opnieuw recyclen, is dat positief? Of moet je het hergebruiken? Dus er zijn allerlei ontwikkelingen van materiaalinhoud, nieuwe verdienmodellen, repareerbaarheid, nieuwe wetgeving. Er komt wel een stortvloed aan initiatieven en ideeën. En waar ik als specialist vanuit onze rol dan ook regelmatig naar op zoek ben, en interessante gesprekken met klanten, met ontwerpers, met fabrikanten over heb: waar gaat het op? Ook voor Maiburg en onze klanten. Dus het is goed te voorzien. Waar moeten wij volledig op inzetten?
Roel van Gils: Ja.
Leon van Dun: Gaan wij bijvoorbeeld, ik gooi er maar iets in, materiaal hergebruiken in plaats van nieuw kopen? Dan zeg ik: we hebben nu een heel groot magazijn. Elke dag leveren wij mooie producten, van steeds betere of andere kwaliteit: gerecycled hout, minder emissies, biobased verlijmd, lijmen met andere bindmiddelen erin. Meer watergedragen, minder oplosmiddelen, allemaal positief. Alleen in de markt hoor je ook: circulair is geen afval. Hergebruiken van materialen, producten niet meer verlijmen. Ja, plaatmateriaal hergebruiken in plaats van recyclen. Ja, dan denk je: daar gaat ons verdienmodel. En als je dat bekijkt, koppel ik dat aan jouw vraag, Roel, van: wat zien jullie, of hoever is de markt nu? Tien procent, geef ik ongeveer als kreet, zijn de voorlopers. Vaak ook wel, niet allemaal, maar grotere bedrijven. En die zijn actief en professioneel. Wij moeten iets anders aanbieden, betere concepten aan klanten, of werken voor grote partijen of overheidsinstellingen. En die leggen een lat van circulariteit. Ja, ook hergebruik van materialen, bijvoorbeeld uit het gerenoveerde pand hergebruiken, andere materialen of een BREEAM-certificaat, wat bepaalde eisen stelt. Dat zien we wel gebeuren. Maar het is 80, 90 procent die daar achteraan loopt en die wacht af.
[16:02] BREEAM, materiaalherkomst en hergebruik
Johan van Dinther: Ja. Kijk, maar je hebt het over BREEAM bijvoorbeeld. Dat was tien jaar geleden niet of nauwelijks aan de orde. En nu hebben we regelmatig projecten waar dat gewoon…
Roel van Gils: Die certificering vereist is.
Johan van Dinther: Kijk, tien of vijftien jaar geleden had iedereen al eens gehoord van PEFC, FSC, dat soort dingen. Dat was toen eigenlijk een beetje de richtlijn en de formaldehyde-uitstoot. En het gaat meer en meer naar de achtergrond. Het gaat meer van: oké, wat is de herkomst van materialen? Hoe gebruik je het? En hoe kun je het straks hergebruiken? En wat gebeurt er met het afval? Die vier dingen zijn wel cruciaal.
[16:40] Kennis en begeleiding bij projecten
Leon van Dun: En zo’n BREEAM-project, zo’n begeleiding van ons, misschien wel aardig om te vertellen: vaak komen wij trouwens toevallig, Johan en ik samen, aan tafel te zitten bij een grote account of bij een [onduidelijk].
Roel van Gils: Dus voor veel luisteraars is dit herkenbaar, zo, dat jullie samen aan tafel zitten.
Leon van Dun: Ja, maar dan zie je weer naast mij Johan, de productspecialist. Dat is inhoudelijk, en die weet bijna alles wat er te koop is en de functionaliteit van materialen. Ik meer vanuit die certificeringen, of van BREEAM, of wat is dan circulariteit? Ook dat verhaal eigenlijk met die klant of opdrachtgever. Wat is de ambitie? Wat bedoelt men daarmee? Want dan praat je ook langs elkaar heen. We gaan regelmatig aan tafel, ook aan de klantenkant, of ontwerperskant, of leverancierskant. Allemaal slimme mensen. En toch vaak een andere context. Of een ander verhaal. Of een ander kennisniveau. Dus dat is altijd de start voor ons. Even: waar hebben we het samen over? Wat is het doel? Welk doel is het? En dan zien we weleens bepaalde materialen toegepast worden en als dat dan niet goedgekeurd wordt in dat project, ja, dan hebben ze een probleem. Ja, en dan ontstaan er soms nog wel discussies tussen ons, wij als Maiburg, met degene die de certificering van een BREEAM-project moet goedkeuren. Ja, omdat wij zeggen: we hebben toch iets meer kennis, of we halen ergens wat kennis op, en dat er een stukje discussie ontstaat en uiteindelijk zo’n materiaal goedgekeurd wordt.
[18:29] Kennis en eenduidige spelregels
Roel van Gils: Of circulair is. Zijn de spelregels niet duidelijk of eenduidig?
Johan van Dinther: Het is kennis.
Roel van Gils: Echt kennis, ja.
Johan van Dinther: Veel heeft te maken met kennis. En ik durf het zo te stellen, want dan kijk ik mijn buurman weer aan, dat wij ook met onze leveranciers soms een discussie hebben. Dat die bijvoorbeeld iets roepen. En dan zegt Leon: dat kan helemaal niet, of dat zit anders. Dan krijg je ook wel een discussie en uiteindelijk vullen we elkaar dan ook gewoon weer aan. Een doelstelling. Die willen zich ook onderscheiden door middel van… Want ja, die moeten ook geld verdienen, anders kunnen ze niet investeren. En we zitten nou eenmaal in dat traject waar we gewoon niet meer in terug kunnen. En ik denk dat Nederland samen met Scandinavië, heb ik het idee, daarin wel vooroploopt.
Roel van Gils: Ook hierin.
Johan van Dinther: Ja, je ziet het wel. Maar nogmaals, het allerbelangrijkste is: ieder initiatief wat bedacht wordt, moet wel toepasbaar zijn. Dat is heel belangrijk. En als je dat voor elkaar krijgt, dan kun je jezelf onderscheiden. Daar gaat het om.
[19:39] De R-ladder en duurzamere materialen
Leon van Dun: Ja, ik vind dan met… Kijk, circulariteit is zo’n breed begrip. Ik gooi er bij ons weleens de R-ladder in. Een bepaald systeem. Die zeggen: nou, andere modellen, andere manier van werken. Wat een circulaire keten, eigenlijk. Een circulaire cirkel. Et cetera, et cetera. Wij zitten meer aan de leverancierskant van materialen. Ja, dus waar onze hoofdtaak is, en waar ik jaren mee bezig ben, is de samenstelling van producten duurzamer maken. Ja, op basis misschien van gerecycled materiaal, gerecyclede materialen of alternatieve materialen. De chemische bestanddelen daarin, meer hernieuwbare grondstoffen in plaats van petrochemisch. Leveranciers opvoeden. Dus te zien en onder druk te zetten van: doe nou bepaalde productontwikkelingen. Wij willen een beter product neerzetten, dus pak dat aan. Nou loop je wel tegen het feit soms aan: Nederland loopt soms voorop met bepaalde ambities en dergelijke. En ja, wij zijn soms een klein landje.
Roel van Gils: Maar ja, goed, Scandinavië doet wellicht ook mee.
Leon van Dun: Dus ja.
[21:02] EPD’s en levenscyclusanalyses
Johan van Dinther: Nou ja, maar goed, bijvoorbeeld: niet elke leverancier heeft van zijn producten een EPD. En dat vinden wij wel belangrijk, om zoiets in ieder geval aan onze klanten te kunnen overleggen.
Roel van Gils: Dus voeren jullie dat product dan niet?
Johan van Dinther: Ja, dat gaat dan wel te ver. Alleen er komt straks misschien wel een moment dat we daar wel een keuze in gaan maken.
Leon van Dun: Ja, dat is even voor de luisteraars: een levenscyclusanalyse. Dat is dus een min of meer erkende methode in de markt, in Europa, waar je kunt laten zien van ook een tafelblad of een bepaalde lijm, en per kilo is dat een milieu-impact met bepaalde standaard milieucategorieën en effecten.
Roel van Gils: Maar dat geldt puur voor het product en niet voor de toepassing.
Leon van Dun: Uiteindelijk het product. En dan zie je van: nou, dat proberen we ook steeds meer te eisen, of vanuit een branchevereniging, maar meer van: wij willen dat product. Is de inzet ook van de fabrikant, als we de producten verbeteren, wordt die milieu-impact lager? Als je die LCA niet laat maken, kun je dat eigenlijk niet aantonen.
Roel van Gils: Maar die incentives moeten fabrikanten toch ook hebben?
Leon van Dun: Zou je zeggen, ja. Sommige denken er anders over. Nee, sommige doen daar heel erg hun best voor. Ja, dat wordt wel steeds beter, hoor. Maar dat is ook een bruggetje met het verleden. Ja, maar dan moeten we met de billen bloot. Ja, precies, zeg ik dan. Hebben wij ook die keuze gemaakt? Wij streven er wel naar dat al die materialen zo’n EPD hebben. Zo’n milieu-impactanalyse van onze fabrikanten. Het is iets wat Maiburg niet zelf kan doen, want dan kunnen we daar zelf iets in zetten. Ja, wij zijn geen fabrikant. Nee, we hebben die data nodig: energieverbruik, materialen. Waar komen ze vandaan? Hoe worden die getransporteerd naar een fabriek? En in die mix zit ook een geheime samenstelling natuurlijk van grondstoffen.
[23:13] Innovatie en aantoonbare milieu-impact
Leon van Dun: Maar ik maak ook wel een bruggetje. Dat is ook weer de ontwikkeling in de markt. Johan had het net over de schoorsteen moet roken, of geld verdienen. Je hebt ook de grote partijen. Die hebben daar een grote fabriek staan en daar gaat zoveel duizend kuub in de maand doorheen. De echte innovatie zie je weleens terug bij kleinere partijen.
Roel van Gils: O, want die hebben natuurlijk de ballast niet.
Leon van Dun: Dat begrijpen we. Die hebben meer ambitie. Die beginnen vanuit een ambitie, andere duurzaamheid, andere motivatie. Een andere basis, maar ook niet de handicap: we hebben daar een investering staan en die moet draaien. Maar waar je dan weer tegenaan loopt, want dan maak ik het bruggetje naar die combinatie met een levenscyclusanalyse, dus een rapport van milieu-impact: dat kost allemaal geld. En die investeren in eerste instantie. En wij helpen die partijen ook door die producten op voorraad te nemen, klanten ook te leren hoe je daarmee moet werken, want soms zijn die materialen anders, die werken anders. Dat begeleiden wij dan. Alleen dan komen we ook weer in zo’n dilemma, spagaat: heel duurzaam product, echt een upcycling van een bepaalde gerecyclede grondstof, en de milieu-impact kunnen wij niet aantonen, niet duidelijk aantonen. En dat zie je, allerlei uitdagingen in de markt. En dan zie je de ene partij, of afnemer of een architect, die zegt: nou prima, dat verhaal is zo mooi. En ik geloof het. En ik pas het daarmee toe. En ik wil het ook laten zien, dat materiaal. Moet je kunnen zien dat het van een gerecyclede grondstof is. En partijen die dat eisen, of bepaalde systemen, aantoonbaarheid. En dan krijgt zo’n product eigenlijk niet de kans om te gaan vliegen.
Roel van Gils: Ja, in die spagaat zit je dan natuurlijk.
[25:09] DenimX en gerecycled textiel
Leon van Dun: En dat zie je meer terug met wetgeving natuurlijk, of technische eisen. Maar ook daarin onze koers een beetje verleggen, of op zoek zijn naar waar moeten wij nou volle bak op inzetten. Met een nieuw materiaal wat we opgenomen hebben, bijvoorbeeld met DenimX, hebben wij een assortiment gelanceerd.
Roel van Gils: Wat is dat precies?
Leon van Dun: Dat zijn drie verschillende materialen van gerecycled textiel, van denim en ander gerecycled textiel, oude kleding. Daar is een biolaminaat van. Dat is een flexibel materiaal. Eigenlijk de grondstof, en dan kun je op allerlei manieren vervormen of als oppervlaktemateriaal gebruiken. Alleen dan komt ook weer zo’n samenwerking en onze kritische blik naar de markt en naar klanten en toepasbaarheid. En dan kijk ik jou ook aan, ja, maar dat product heeft zijn beperkingen.
Roel van Gils: Dat is de charme. Wat is de toepassing ervan?
Johan van Dinther: Een decoratieve toepassing ook eigenlijk.
Leon van Dun: Ja, maar een aanvulling: dat is biolaminaat, maar we hebben daar ook een HPL van. En een HPL is dan weer een oppervlak waar je tafelbladen en zo mee kunt bekleden.
Johan van Dinther: De horizontale toepassing.
Leon van Dun: En daarvan is de krasvastheid en de duurzaamheid qua… Maar dan hebben we het niet over het ecologische, maar meer de lange levensduur. En dat het lang mooi blijft en niet kwetsbaar is.
Johan van Dinther: Het heeft de eigenschappen en de voordelen van een standaard HPL. Punt.
Leon van Dun: En dan nog het losse vilt. Voor eventueel gewoon een wandbekleding of zo. Met één basis. Een basis, gerecyclede grondstof. Waar wij dan kijken: nou, heeft een klant of een architect, welke toepassing dan ook… Want ieder van die drie materialen heeft een functionaliteit, maar ook een nadeel. En dan hebben wij een alternatief.
Johan van Dinther: Ze kunnen dus wel de creatieve vrijheid houden. Dus dat is ook wel van belang.
Leon van Dun: Maar dat zijn wel zaken om dingen te laten vliegen. Daar lopen we ook tegenaan. Een prachtig materiaal. Gerecyclede grondstof. Andere eigenschappen. De markt wil heel vaak hebben, of een interieurbouwer, dat is een heel grote klantengroep van ons: ja, maar het werkt anders dan… Of wij moeten het iets anders zagen.
Roel van Gils: Ja, dat klopt.
Leon van Dun: Dus de ene partij die is heel ambitieus en die wil die producten of projecten heel duurzaam inrichten. Nou, die zegt: dan nemen wij het voor lief en dan steken we wat uren erin om dat te leren. En een ander, ja, die duwt het dan weg.
Johan van Dinther: Ja.
Leon van Dun: Tweede: o, het is een mooi materiaal, maar is het wel duurzaam? En de milieu-impact? Die rapportages. En dan ga je weer naar het eerlijke verhaal.
Johan van Dinther: Klopt het wel?
Roel van Gils: Ja, ja, ja.
Leon van Dun: Een vierde is dan: hoe lang gaat het mee? Of mijn klant stelt allerlei vragen. Maar dat is Johans bier met name. Daar mag hij het vaak over adviseren. En waar we nou over discussiëren met klanten, dat is: wat kost het?
Roel van Gils: O, echt?
Leon van Dun: Ja, dat speelt nog steeds een grote rol.
[28:18] Productgroepen van Maiburg
Roel van Gils: Ja, snap ik. En jullie somden een aantal producten al op. Wat zijn nu de voornaamste productgroepen, categorieën bij jullie voor de interieurbouw?
Johan van Dinther: Interieurbouw, ja, goed. Dan ga je eigenlijk een beetje naar Maiburg als familiebedrijf. Ooit een keer begonnen als leverancier voor de schoenindustrie. Dat doen we ook nog steeds, overigens. Maar wij zijn ooit een keer begonnen in de schoenmachines. Ooit een keer zijn schuurmaterialen erbij gekomen. Van daaruit zijn de lijmen erbij gekomen. Met oppervlaktefolies en daarna de plaatmaterialen. En goed, dan hebben we ook nog een ander bedrijf, dat is dan Lecol. Eigenlijk alles voor de vloer. Maar ook daar, in welke markt je ook zit, heb je dus je, ja, hoe moet ik het zeggen? Je duurzaamheidsargumenten en principes.
Roel van Gils: En overal wordt dat op toegepast, op al jullie producten die jullie voeren.
Johan van Dinther: In het begin… De laatste tijd vind ik het nog wel meevallen. In het begin had je altijd de prijsdiscussie, omdat er een hele grote discrepantie zat tussen de prijs van het normale product en het duurzame product. Maar die afstand wordt steeds kleiner en het is ook wel een beetje afhankelijk van in welk land je zit. Maar nogmaals, ik heb het gevoel dat wij in Nederland echt wel vooroplopen. En er komt straks een moment dat de standaardproducten gewoon niet meer gemaakt worden en dan…
Roel van Gils: Het nieuwe product wordt gewoon de standaard.
Johan van Dinther: De standaard, ja. En nogmaals, alles begint met regelgeving vanuit de overheid, vanuit Europa, dat soort dingen. En goed, onder druk wordt alles vloeibaar. Dat gaat er een keer aankomen. Als je het hebt over een gemelamineerde spaanplaat, daar gaat een keer een standaard komen dat de lijm eruit is. En dat daar een vervangend materiaal voor gebruikt gaat worden. Dat is nu dus ook. Kijk naar Pfleiderer met zijn OrganicBoard, dat soort dingen. Ik voorspel, maar ik ben denk ik nu nog de enige, ik voorspel dat dat uiteindelijk gewoon de standaard gaat worden. En zo zie je dat ook met MDF, biobased, en multiplex, formaldehydevrij, dat soort dingen. HPL, ook nog zo’n mooie uitdaging. Daar zijn inmiddels al initiatieven. Dat gaat gewoon gebeuren. Kijk, en dan heb je afgeleid daarvan bijvoorbeeld een product als DenimX, die je daarop kunt loslaten. En dan heb je het over platen. Dan heb je het over lijmen. Nou, daar zijn ook een hele hoop initiatieven. We zijn ooit een keer, 20 jaar geleden, begonnen met een watergedragen contactlijm. Hartstikke mooi. Dat product heette Contact 2005, geloof ik, uit mijn hoofd.
Roel van Gils: Een paar jaar geleden.
Johan van Dinther: Ja, dus 20 jaar geleden. Hartstikke mooi initiatief. Alleen de toepassing was helaas niet hetgeen we voor ogen hadden. Als je nu gaat kijken, dan niet zozeer in de interieurbouw, maar in de polyesterindustrie, zijn er gewoon goede watergedragen alternatieven die gewoon de standaard zijn geworden. Maar dat heeft ook tijd nodig om systemen te ontwikkelen.
Roel van Gils: Ja, natuurlijk.
Johan van Dinther: En dat begint bij een leverancier die daarvoor openstaat. Dat begint bij een distributiepartner die daar ook voor openstaat. Maar uiteindelijk ook de klant die dat wil.
[31:57] Regelgeving en het digitaal productpaspoort
Roel van Gils: Je noemde net al regelgeving eigenlijk. Gaat dat zorgen voor meer duidelijkheid, denken jullie?
Johan van Dinther: Niet direct.
Roel van Gils: Want wat is… Een digitaal productpaspoort bijvoorbeeld?
Leon van Dun: Ja, daar zitten wij wel op in. Maar dat is wel een mooie uitdaging die eraan zit te komen. Waar volgens mij een hoop interieurbouwbedrijven en meubelmakers nog niet helemaal van op de hoogte zijn. De ecodesignrichtlijn, noem ik het maar even kort.
Roel van Gils: Vanaf wanneer wordt die van kracht?
Leon van Dun: De verwachting is, daar begint het dus al, de onduidelijkheid: waarschijnlijk, de productgroep meubels staat hoog op de lijst, introductie in 2028 tot 2030. Maar het komt er een beetje op neer, een onderdeel daarvan is wat jij zegt, Roel, een digitaal productpaspoort. Ja, dus ik probeer zo’n regelgeving ook een beetje tot mij te nemen. Wat betekent dat nu? Wat betekent dat eventueel voor onze klanten, voor de producten of toepassingen die wij doen? Het komt neer op een stukje inzicht geven. Ik heb een meubel binnen staan en daar komt een paspoort bij met een QR-code. Dan kun je zien: wat is de samenstelling van het product? Wat is de milieu-impact? Wat voor type materiaal? Hoe kan ik het het beste onderhouden? Dus denk ook aan levensduurverlenging. Te repareren, en eventueel waar losmaakbaarheid dan ook weer om de hoek komt, om het te kunnen repareren of dingen langer… Hoe kan het losgemaakt worden? Nou, dat is dus de vraag: wat gaat er gebeuren? Alleen het doel is beter inzicht in milieu-impact en zo lang mogelijk gebruiken of recyclability. Daar komen eisen op. Dus dan verwachten wij alleen: welke kant hobbelt dat eigenlijk een beetje in? Wat gaan mensen nou doen? Materiaal helemaal gerecycled, oké. Moet ik volop op herbruikbaarheid van het meubel inzetten? Komt er druk op de markt dat je het meubel terug mag brengen naar de winkel waar je het hebt gekocht? Zie je dat soms terug? Of als afvalinzameling steeds duurder gaat worden, dan zet je als consument druk op de leverancier. Maar het doel vanuit Brussel is in ieder geval de transparantie. Net zoals wij eigenlijk een beetje kennen van het energielabel. A-plus, dat is minder energieverbruik dan… Dus een soort Nutri-Score.
Roel van Gils: Ja.
Leon van Dun: Komt er mogelijk ook wel bij. Een verwijderingsbijdrage. Alleen wat we bij allerlei systemen zien, en ik weet niet of je de Nutri-Score een beetje kent die nu op verpakkingen staat van voedingsmiddelen: daar is een hoop kritiek op. Omdat soms die ene pizza een B heeft en die andere een D. Hoe kan dat binnen een systeem? Dus weer die regelgeving erachter. En hoe werkt het in detail? En wat moet ik? Wel de ambitie, dus dat is eigenlijk een mooie stap. Alleen dan denken we: ja, wat betekent dat voor onze klanten? En waar wij in ieder geval ook een beetje nieuwsgierig naar zijn: die losmaakbaarheid die Johan roept, of take-backgaranties, dus meubels terugnemen, of hergebruik van materialen in plaats van nieuw, of wordt er minder gelijmd, zodat je dingen kunt hergebruiken. Ja, waar gaat het heen?
[35:33] Transportbewegingen als onderdeel van duurzaamheid
Roel van Gils: En waar zit jullie rol dan?
Johan van Dinther: Dan wil ik er nog één ding aan toevoegen eigenlijk: dat is het aantal transportbewegingen. We hebben het allemaal over producten en toepassingen en dat soort dingen. Maar goed, transport is natuurlijk ook een ding. Dat hoort ook bij duurzaamheid, circulariteit.
Roel van Gils: Maar dat is tegelijkertijd meegenomen in die LCA’s, of niet?
Johan van Dinther: Nee, voor een deel. Niet altijd. Niet bij de toepassing, natuurlijk. Dus je kunt iets kopen voor een tientje uit Verweggistan.
Roel van Gils: O, zo.
Johan van Dinther: En de vraag is of dat dan beter is. En het is misschien goedkoper. De vraag is of dat dan goedkoper is aan de deur. Transportbewegingen zijn ook, vind ik, zeker zo belangrijk. En transport wordt alleen maar duurder. Dus je hebt het over hergebruik, terughalen. Dat genereert dan wel weer extra transporten. Transport is… Dat moet je je ook weer afvragen.
[36:23] Wat een LCA en EPD meenemen
Leon van Dun: Dat haakje moeten we even pakken. Want inderdaad, dat is heel goed. Even over die transportbewegingen. Waar jij, Roel, van zegt: wordt dat niet meegenomen? Nou, in een EPD is standaard meestal, ik zeg: de grondstoffen, waar komen ze vandaan? Hoe zijn die getransporteerd? Hoe werkt die fabriek? Welke energie gebruiken die? Hoeveel energie? Watergebruik, et cetera. Tot aan de poort, meestal.
Roel van Gils: Oké.
Leon van Dun: Dan sommige LCA-EPD’s, dus die milieu-impact. Als je het breder trekt, dan zeg je: ja, bijvoorbeeld een HPL, die wordt altijd ergens op verlijmd. Dus in een meubel, een EPD van een meubel, ja, dan kun je meenemen hoe het verlijmd is in de fabriek. Dus dan kijk je al breder. Maar dat zou een meubelmaker moeten doen.
Roel van Gils: Ja, dat kunnen jullie niet doen natuurlijk.
Leon van Dun: Nee. Er zijn sommige EPD’s die kijken naar: ja, maar na de levensduur, wat gebeurt er dan met het meubel? Dus zo’n levenscyclusanalyse, de naam zegt het eigenlijk al, en dan kun je in het rapport teruglezen welke stappen in die keten zijn meegenomen in die berekening.
Roel van Gils: Ja, het is altijd een gemiddelde.
Leon van Dun: En het ideale is het totaal. Meestal gaat het nu om, en dat hebben nog niet alle partijen, alleen het materiaal. En dan begint bij onze klanten inderdaad: wat doe je met het materiaal? Lijm, of onvriendelijke lijm, of gaat er nog een lak op, fineer of een ander materiaal? En dat maakt de totale impact.
[37:55] De rol van Maiburg als familiebedrijf en kennispartner
Roel van Gils: Ja, ja, oké, nou interessant. Als we kijken naar jullie rol in de keten, je noemde het in het begin al natuurlijk. Jullie zijn geen dozenschuiver, maar vooral ook echt kennispartner. En zo profileer je jezelf toch ook?
Johan van Dinther: Ja, en we zijn ook met recht een familiebedrijf. En natuurlijk doen we bepaalde dingen om er niet armer van te worden, laten we wel wezen. Tot 100 mensen, plus er zitten ook nog een aantal gezinnen achter en dat soort dingen. Dus we doen het natuurlijk wel om er uiteindelijk beter van te worden. Alleen de insteek is wel… En ja, goed. En nogmaals, we hebben het er intern met elkaar heel weinig over. Alleen nogmaals, vanuit de insteek dat we een familiebedrijf zijn en wij zijn inderdaad geen dozenschuiver. Want er zit tussen die twee dingen een hele hoop emotie. En meestal goede emoties, laat ik het dan zo zeggen. Het is ook de charme van een familiebedrijf, maar we doen wel iets. En weer even terug naar 2009, 2010. Als ik kijk wat we in de laatste 15 jaar toch wel bereikt hebben, denk ik wel dat we daar toch wel redelijk succesvol in zijn. En zeker hier mijn collega naast me. Als je ziet dat er ook heel veel klanten zijn, als die ergens met een dilemma zitten, dan bellen ze: hoe zit dat? Of hoe kijken jullie ernaar? Dat soort dingen. Dat is echt onze rol. Daar ga je weer naar een stukje kennis.
[39:26] De toekomstige rol van Maiburg
Leon van Dun: Ja, daar pak ik even de rol. We hebben het er al een beetje over gehad. Wij zijn materialenleverancier. Dus één, zeg ik, die milieu-impact van materialen, transparantie daarover, of het eerlijke verhaal, proberen we zo goed mogelijk neer te zetten. Een tweede rol die we hebben: innovatieve nieuwe materialen, partijen helpen die op de markt te zetten en te begeleiden bij klanten. Verder naar de circulaire economie, dus hergebruik van materiaal, nieuwe concepten. Dan zeggen we: dan kunnen wij een partner zijn voor klanten met het hergebruiken van materialen. Of die moeten eigenlijk eerst hun nieuwe concept uitleggen. En dan hebben wij daar mogelijk in de toekomst, maar dat is een groot vraagteken, een rol. Wat wordt die rol dan inderdaad? Als dat minder wordt van: hier heb je materiaal, of ik vertel jou wel hoe het werkt, of met een duurzamere lijm anders gaat werken, functioneren. Of hergebruik van oude meubels uit een gerenoveerd kantoorgebouw. Dan hebben ze soms minder nodig. Minder nieuwe materialen, minder kennis, maar die gaan andere modellen doen. Of die zeggen wel… Ik heb wel discussies of verhalen met klanten gehad, die zeggen: nou, dan gaan we al die panelen oogsten of al die bureaubladen uit een kantoor en die gaan we fijn zagen en die gaan we gebruiken voor andere toepassingen. Ik denk: maar op een gegeven moment haal je 1.000 bureaubladen terug. Voor een deel kun je die toepassen in een nieuw project. En dan liggen er 500 bij jullie in het magazijn te wachten. Wat doe je ermee? Dus ik sluit niet uit…
Roel van Gils: Maar dat is zomaar dat jullie positie verandert, of jullie rol ook verandert.
Leon van Dun: Ja, in de toekomst. Maar wij zullen ons dan ook een beetje aan moeten passen aan de markt. Ja, daarom zeggen we ook altijd in ons verhaal: behalve dat van materialen, we weten veel en we kunnen u helpen. Die een nieuw concept hebben, of een nieuwe ontwikkeling, of bepaalde vragen. Maar ik sluit een andere rol van partner of distributeur niet uit. Of hergebruik van materialen, ja, dan kunnen ze bij ons aankloppen, want daar begint het. De ambitie, of de… Hoe moet ik het zeggen? Het is eigenlijk het uitleggen samen. Ja. En dat vraagt om nieuwe samenwerking, een nieuwe rol.
[41:48] HPL terugnemen en materialen hergebruiken
Johan van Dinther: Maar ik, Leon, bijvoorbeeld, ik sluit niet uit dat wij in de toekomst multiplex of MDF of spaanplaat beplakt met een HPL gaan terugnemen en daar de HPL afschuren. En opnieuw kunnen plakken. Of opnieuw voorzien van een HPL. Nou, wij plakken nu ook al HPL. Alleen dat is natuurlijk wel een dimensie die misschien in de toekomst erbij komt. Dus dan heb je het inderdaad over een andere rol.
[42:14] Losmaakbaarheid en lijmtechniek
Leon van Dun: Ja, dat is ook een leuk dilemma. Of wat in de praktijk weleens is gekomen. Dat wij zeggen: wij zijn ook lijmspecialist. Oppervlaktemateriaal in de branche, dat wordt vastgeplakt, en wij werken er al honderd jaar onderhand aan: dat moet hartstikke vastzitten. En ook als je bureau vandaag de dag, nu vandaag, 33 graden, de zon erop schijnt op je kantoor, dan wordt het warm en dan mag het niet loslaten. Dus die lijm moet goed vastzitten. Hé, wat gek. Dus onze lijmspecialisten zijn daarmee bezig: hoe kan het eraf? En dan gebruiken we het MDF of basismateriaal opnieuw, plakken we er opnieuw een plaatje op. Een gekke vraag, zeggen ze dan bij ons. Dat is nog nooit gevraagd. Ja, maar dat wordt mogelijk de toekomst. Ja, dus dan gaan we er wel naar kijken. Maar we hebben ook hotmelts in ons systeem. Alleen niet voor bladen wordt dat gebruikt. Als je die warm maakt, wordt die flexibel, kun je het eraf halen. Dan gaan we vervolgens wel… Want deze testcase hebben we wel in handen gehad, van: moeten we dat dan doen? En dat vraagt om heel andere apparatuur voor een interieurbouwbedrijf bijvoorbeeld dan waar ze nu mee werken. En dat is best een investering. Of hoe werkt die lijm dan? En die lijm werkt razendsnel. Een hotmelt, als je die aanbrengt, je hebt bijna geen tijd om die aan te brengen. Kijk, die zit al vast. Dus een beetje corrigeren… Dus we hebben daarover nagedacht, maar dan leggen we dat ook bij bepaalde klanten neer, die in die grote projecten zitten. Eentje, dat was ook zo’n eyeopener. Toen zei een van die klanten van ons: nou Leon, als het dat wordt, wij willen dat best verkennen. Alleen, ik denk: heel inefficiënt. En is dat dan beter dan gewoon recyclen of het op een andere manier te doen? Dan denk ik: ja, dan komt weer die milieu-impact op een weegschaaltje te liggen. Heel moeilijk. Die zei: dan gaan wij, denk ik, meer gemelamineerd spaanplaat toepassen. Dus gewoon de standaard spaanplaat met een kleine melamine-coating. We doen nu heel veel HPL, maar dat gaat zo lang mee, eigenlijk langer dan het gebruik. Dus eigenlijk passen wij nu te goede kwaliteit toe. Dus als het gaat kantelen, dan denk ik: oké, dat is ook een idee. Ja, er zijn zoveel wegen uiteindelijk. Maar dat proberen wij dan ook. Al die gesprekken met de interieurbouwers en zo: welke kant gaat het op? Of: dit is ook een slim idee. Of wat kunnen we daarin bijdragen? Daar zijn we dagelijks nog een beetje mee bezig.
[45:04] Levensduur en de juiste materiaalkeuze
Johan van Dinther: Ja, een stukje advies, om dan toch even terug te komen op gemelamineerd in combinatie met HPL. Als je het dan hebt over levensduur. Kijk, gemelamineerd, die ontwikkelingen gaan dusdanig hard dat je tegenwoordig de mooiste decors met de mooiste structuren hebt. Alleen hoe dan ook, een HPL gaat qua levensduur veel langer mee dan een melamine. En dat heeft puur te maken met de opbouw van het product. Dus dat is ook nog een vraag: hoe lang wil je dat iets meegaat? En het is een beetje afhankelijk van in welke sector je zit. Is het voor het ziekenhuis? Is het voor de school? Is het in de retail? In de retail veranderen de formules nog weleens, de concepten. Moet je daar een HPL hebben? Nee, helemaal niet nodig. Nou goed, dus die dingen spelen ook allemaal mee.
[45:52] Praktisch beginnen met duurzamere keuzes
Roel van Gils: Ik heb het gevoel dat jullie nog de hele middag vol kunnen praten. Zoveel kennis zit hier aan tafel. Dat het direct een hele impact heeft natuurlijk op een bedrijfsmodel. Maar wat is jullie advies?
Leon van Dun: Als ik daarnaar kijk, dan zou ik zeggen: kijk in je werkplaats of in je assortiment van meubels, of wat je maakt, of projecten. Dan kun je al gewoon kijken naar de materialen die je nu gebruikt. Wat is daar de milieu-impact van? En dan zijn daar in veel gevallen al slimmere keuzes te maken. Heel vaak daarbij is ook gezondheid. Want ik zie alleen maar… Wij verkopen ook heel veel lijmen. Nou, die zijn op allerlei gebieden verbeterd. Of hebben wij alternatieven vaak. Hangt ook een beetje van je toepassing af. Maar dat je zegt: daar is winst te halen. Of de schoonmaakmiddelen die je gebruikt in de werkplaats. Ook al is dat niet meteen milieu-impact. Maar stofvrij schuren. Dat zijn allemaal… En voor degenen die dus simpel naar de materialen kijken en een slimmere keuze maken, die kunnen ons natuurlijk in de arm nemen om daar een scan van te maken. En het simpel te houden. Of: waar zitten de grootste volumes? Dus simpel beginnen, bewust beter kiezen.
[47:28] Gezonder werken in de werkplaats
Johan van Dinther: Laagdrempelig. Dan heb je het over gezondheid.
Roel van Gils: Maar dan bedoel je echt op de verwerking, neem ik aan.
Johan van Dinther: Verwerking. En daar is zeker ook nog winst te behalen. En inmiddels zijn er diverse goede producten die qua toepassing en qua verwerking heel goed te gebruiken zijn als alternatief voor de basisdingen. En dan zegt bijvoorbeeld een eigenaar soms weleens: ja, maar ja, goed, zeker vele malen duurder. Dat verschil wordt steeds kleiner. Om een simpel voorbeeld te noemen: kijk nou, vroeger werden materialen op een gegeven moment schoongemaakt met aceton, met wasbenzine. Daar zit oplosmiddel in. Als je daar heel de dag mee werkt, dan ben je aan het einde van de dag een blij ei. En tegenwoordig zijn er heel veel goede alternatieven. En nogmaals, die zijn wel iets duurder, alleen wat vind je belangrijker? En dat verschil is al lang geen 50 procent meer. In sommige gevallen hooguit nog 10 procent of zo, maar in sommige gevallen nog lager zelfs.
[48:44] Duurzaamheid als commerciële kans
Leon van Dun: Mooie aanvulling. Tip voor een aantal klanten. Zeker als je ook richting consumenten, of trouwens ook zakelijke opdrachtgevers…
Johan van Dinther: Zeker.
Leon van Dun: Door die stap te zetten. Je kunt dat meenemen in je offertes. Milieu-impact. Of: wij werken met die duurzame materialen. Want kijk, feit is dat een groot deel van de markt daar niet om vraagt.
Roel van Gils: Nee.
Leon van Dun: Maar daar is laaghangend fruit, om iets andere keuzes te maken. Of je kunt het als alternatief aanbieden. Is het soms toch in materialisatie beperkt duurder? Dan leg je eigenlijk een betere oplossing neer. En dan mag de markt of je klant kiezen, maar dan kun je je profileren. En de verwachting is, want alles gaat wel vooruit en wordt beter, en het speelveld wordt steeds meer gelijk. Nu kun je je daar nog mee onderscheiden en vooroplopen. Dat is een klein beetje… Je kunt best met eenvoudige dingen beginnen, maar dan is het een kans.
Roel van Gils: Ja, en dan ben je straks te laat wellicht, als de anderen het ook allemaal doen, of te laat.
Leon van Dun: Ook verplichtingen. Dus enerzijds, net als dat digitaal paspoort. We zeggen: ja, dit soort zaken komt straks verplicht op tafel, dus dan ben je al meer voorbereid op de toekomst. Maar nu kun je er nog een verschil mee maken, commercieel, of je beter positioneren. Wel met het eerlijke verhaal, maar het is een kans. Ja, dus dan loop je voorop op twee: op wetgeving en regelgeving en op kansen.
[50:10] Intrinsieke motivatie en afsluiting
Johan van Dinther: Nou, en je hebt natuurlijk de regels. Je hebt dingen die worden voorgeschreven vanuit de overheid of vanuit grotere instellingen. Vanuit architecten en dat soort dingen. Maar ik vind zeker zo belangrijk dat jij als meubelmaker of als interieurbouwer, of je maakt de mooiste keukens bij wijze van spreken, dat daar ook een drijfveer moet zijn. Dat je gewoon moet willen werken met duurzame producten. Maar ook producten die gezond zijn, waar je gezond mee kunt werken. En nogmaals…
Roel van Gils: Vanuit de intrinsieke motivatie eigenlijk.
Johan van Dinther: En daar proberen wij onszelf wel mee te onderscheiden. Nemen we ook gewoon afscheid van bepaalde dingen omdat we denken dat dat in de toekomst gewoon niet gaat worden? Oké. En goed, daar zijn we ook mee bezig.
Roel van Gils: Ja, nou mooi, dankjewel. Dank voor al jullie kennisdeling en inzichten en de dingen waar Maiburg mee bezig is. Ja, luisteraars, bedankt voor het luisteren.


