Platform voor de interieurbouwbranche

Van potlood tot robot – hoe VLECAD de interieurbouw automatiseert

Al bijna 40 jaar ontwikkelt het Belgische VLECAD software voor de automatisering van productieprocessen in de interieurbouw. Met KORPUS en AutoFIT ondersteunt het bedrijf interieurbouwers bij onder meer technisch tekenwerk, zaagoptimalisatie en de aansturing van CNC-machines. In deze aflevering van Binnenwerk de Podcast vertelt medezaakvoerder Lars Vliegen over de groei van VLECAD, de opkomst van Aziatische machines, de samenwerking met PaletteCAD en de rol die robotisering en AI volgens hem in de toekomst van de sector gaan spelen.

Gesprek met Lars Vliegen, Tech Strategist Cabinet Shops
Host: Roel van Gils

Van potlood tot robot – hoe VLECAD de interieurbouw automatiseert 1
Transcriptie

[00:00] VLECAD en automatisering in de interieurbouw
Roel van Gils: Welkom bij weer een nieuwe aflevering van Binnenwerk de Podcast. Vandaag maken we kennis met een bedrijf dat in België al jarenlang een bekende naam is binnen de interieurbouw, maar in Nederland nog in mindere mate: VLECAD. Een softwareontwikkelaar die inmiddels al bijna 40 jaar actief is in België en zich richt op de automatisering van de productie binnen de interieurbouw. Want de interieurbouwer van vandaag krijgt steeds meer uitdagingen voor zijn kiezen. Personeel vinden wordt moeilijker, producten worden steeds complexer, CNC-machines steeds toegankelijker, maar ook weer in die zin moeilijker aan te sturen. Ze komen uit Azië, begreep ik al. Dus de vraag is: hoe zorg je ervoor dat die machines ook daadwerkelijk optimaal worden ingezet? En misschien belangrijker: hoe automatiseer je zoiets met software zonder dat het veel te complex wordt voor de gebruiker? Daarover gaan we vandaag in gesprek met Lars Vliegen van VLECAD. Welkom Lars. Misschien kun je jezelf kort even voorstellen.
Lars Vliegen: Ja, ik ga dat heel even doen. Dus Lars Vliegen van de firma VLECAD, medezaakvoerder van de firma. En zoals u al aangaf, staan wij met onze software klaar om de interieurbouwer, de maatkastenbouwer, te assisteren en te optimaliseren.
Roel van Gils: Als we een beetje een breder perspectief bekijken, wie is VLECAD en wat moet de Nederlandse interieurbouwer over jullie weten?
Lars Vliegen: VLECAD zelf, dat is onze bedrijfsnaam. We hebben twee grote producten, KORPUS en AutoFIT. KORPUS is ons CAD/CAM-systeem waar wij uiteraard de maatkasten kunnen gaan tekenen, gaan dimensioneren, afplakband gaan toekennen, eigenlijk de kast technisch volledig gaan tekenen, om dan van daaruit de machines aan te sturen: de CNC-machine, de nestingmachine. AutoFIT, ons ander programma, is dan voor de zaagoptimalisatie. Dus we hebben ook een eigen zaagoptimalisatie waarmee wij de meest voorkomende merken kunnen gaan bevoorraden met de nodige zaagplannen. Het voordeel daarvan is natuurlijk dat er één aanspreekpunt is voor de klant om het hele productieproject uit te voeren. In dat opzicht heeft dat als voordeel natuurlijk voor de klant. Er wordt niet met vingers gewezen van: hier gaat het goed, daar gaat het fout. Nee, ze komen allemaal bij ons terecht.
Roel van Gils: Heel veel vingers, nee.
Lars Vliegen: Ja, heel veel vingers inderdaad. Dat kan wel eens voorkomen. Maar het voordeel is natuurlijk dat zij één aanspreekpunt hebben om een productie aan te sturen.

[02:36] De ontstaansgeschiedenis van VLECAD
Roel van Gils: Ja, snap ik. En VLECAD bestaat al 40 jaar. Het heeft zich natuurlijk in de loop der jaren wel ontzettend ontwikkeld. Want ik denk dat het er 40 jaar geleden anders uitzag dan nu.
Lars Vliegen: Ja, dus mijn vader is het zoveel jaar geleden gestart, samen met een compagnon in die tijd. En toen was er nog zelden sprake over een computer, laat staan een computergestuurde machine. De allereerste machine die hij heeft aangestuurd, geprogrammeerd, was met echte ponskaarten, nog echte gaatjes prikken. En dan moest de machine iets doen wat hij daar had geponsd. En zo is dat eigenlijk gegroeid. Waar hij op dat moment werkte, die zaak is failliet gegaan. Maar de leverancier van de machines zag wel de grote meerwaarde van wat zij op dat moment al konden met de computergestuurde CNC-machine. En zo is eigenlijk VLECAD ontstaan, samen met zijn compagnon. Want toen waren er ook nog meer de massieve meubels, de dikke massieve eikenmeubels bijvoorbeeld. En dat is dan begonnen vanuit een algemeen CAD-programma, CADKey in die tijd, samen met een eigen ontwikkeling, EasyCam. En dat is verder gegroeid. Het massief ging er steeds wat meer uit. En dan hebben we de overschakeling gemaakt naar een volledig eigen ontwikkeling, wat nu KORPUS en AutoFIT is.
Roel van Gils: En hoe lang bestaat dat inmiddels?
Lars Vliegen: Dan moet ik diep nadenken. Ik denk richting de 27 jaar. Pak 25 à 27 jaar. AutoFIT is iets jonger, een drie, vier jaar jonger. Maar dat is ook gewoon op vraag van de klant gekomen. Van: kijk, ik moet niet het allerbeste optimalisatieprogramma hebben op dat moment. Ik moet gewoon ongeveer weten hoeveel platen ik hier ga bestellen om dat project te doen. Maar ja, naarmate dat dat ook weer groeit, wordt die optimalisatie verbeterd, komen de machines erbij die aangestuurd moeten worden. Er komen daar platenmagazijnen bij die een koppeling nodig hebben. En ja, goed. Wij staan heel nauw bij onze klanten. Het is niet dat wij vanaf afstand dat allemaal willen instellen. Wij gaan naar de klanten toe. We gaan ook vragen van: hoe werken jullie nu? Om zoveel mogelijk onze software aan te sluiten bij het productieproces. Ja, inderdaad, het productieproces wat ze nu al gewoon zijn.

[05:02] Meegroeien met de werkwijze van de klant
Roel van Gils: Dus jullie software is niet in beton gegoten. Het is niet zo van: zo werken wij, dus jullie nu ook?
Lars Vliegen: Inderdaad, dat is zeker niet de bedoeling, omdat iedereen de beste kast maakt. En het is niet aan ons om te zeggen van: nee, dat is niet juist. Integendeel, wij leren daardoor nog elke keer wel wat bij. En staan wij open om die nieuwigheden mee te implementeren in onze software.
Roel van Gils: En u bent 17 jaar geleden ingestapt?
Lars Vliegen: Ja, inderdaad. Ik ben 17 jaar geleden ingestapt. Ik werkte toen ongeveer een jaartje bij mijn vader, om het zo te zeggen. We waren op dat moment met een team van, ik zal even denken, zes à zeven mensen. Mijn vader heeft toen een beroerte gehad en is van de ene dag op de andere eigenlijk uitgevallen. Waardoor, na een jaar ongeveer, toen het duidelijk was dat hij niet meer terug kon komen, de keuze was van: wie wil dat hier nu gaan doen? En ja, goed, heb ik dat mee opgenomen om dat deel van zijn werk verder te zetten. En ondertussen zijn we met een elf mensen.
Roel van Gils: Wat is er veranderd?
Lars Vliegen: Ja, we merkten toch wel dat de klanten op dat moment voelden: mijn vader was richting de 60 jaar, ongeveer 60 jaar, en er was nog niet echt opvolging. Dus er was een beetje terughoudendheid van zeker nieuwe prospects. Hoe lang blijft u dat nog doen? En uiteraard, als er een jong veulen binnenkomt, dan is dat ineens helemaal weggeveegd. Dus wat is daar veranderd? We zien steeds meer automatisaties. Platenmagazijnen om de zaag of een nestingmachine automatisch te gaan beladen. Dat zijn heel grote projecten, maar die zijn ook steeds betaalbaarder geworden in verhouding met toen. Automatische kantenaanlijmmachines die een retour hebben waar automatisch afgestapeld wordt of terug naar een sorteercel gegaan wordt. Dus alles wat met productie te maken heeft, daar sluiten wij op aan.

[07:07] Veel functionaliteit zonder onnodige complexiteit
Roel van Gils: Functionaliteit bieden, maar zonder de software onnodig ingewikkeld te maken. Kun je daar iets over zeggen? Wat betekent dat in de praktijk?
Lars Vliegen: Ja, we horen dat van onze collega’s, concurrenten, noem het hoe u wil. De anderen die hetzelfde doen, om het zo heel even kort te zeggen. Ofwel is het inderdaad praktisch gemakkelijk te gebruiken, maar kan de functionaliteit niet zo ver reiken om platenmagazijnen aan te sturen, een nestingoptimalisatie te genereren en alles wat daarbij hoort. Of we merken langs de andere zijde dat software enorm veel kan, waardoor het weer heel moeilijk is gewoon om, of het gebruiksgemak net iets moeilijker is of lager ligt, om het aan te sturen. Om meer parameters mee te geven. Alles wat daarin gegeven moet worden, dat dat veel meer tijd in beslag neemt.
Roel van Gils: Want het is wel een interessante tegenstelling. Groter is het risico dat gebruikers denken: oeh, dat is wel heel complex.
Lars Vliegen: Klopt. Ik ben zelf een schrijnwerker van opleiding. Ja, een schrijnwerker zeggen jullie ook, hè? Meubelmaker wel, hè? Dus ik ben technisch geschoold. En hoewel wij het allemaal binnenshuis ook programmeren, vind ik het wel belangrijk dat iemand die technisch geschoold is zonder meer onze software moet kunnen gebruiken. En als het moeilijk is, dan wordt dat gewoon teruggekoppeld naar de programmeurs van: kijk, dit kan niet. We moeten dat anders organiseren om dat bruikbaar te maken en eenvoudig en intuïtief te gebruiken voor onze klant.

[08:50] Van eenmanszaak tot grotere bedrijven
Roel van Gils: En jullie software, is die bedoeld voor een eenmanszaak of juist voor hele grote bedrijven? Waar ligt de grens? Of juist niet, misschien?
Lars Vliegen: We hebben eigenlijk inderdaad niet echt daar een grens. We hebben eenmanszaken die zeggen van: kijk, we hebben bijvoorbeeld een aantal klanten die niet gaan verkopen, maar die gewoon zeggen: ik werk met interieurarchitectes. Die doen het verkoopsgedeelte. Ik werk het technisch uit. Ik heb hier mijn machinepark. Dat loopt allemaal. En ik maak bouwpakketten en klaar.
Roel van Gils: Oké.
Lars Vliegen: En dan komt er een derde partij. Die haalt die bouwpakketten op. Die monteert dat en die gaat plaatsen.
Roel van Gils: Ah, zo.
Lars Vliegen: Dus zo hebben we cliënteel, maar ook de grotere bedrijven. Productie aan te sturen. En alles wat ertussen zit.
Roel van Gils: Want van tekening naar productie, als we dat proces eens concreet maken, hoe ziet het proces er dan uit?
Lars Vliegen: Ja, dus bij ons in de software zelf, in KORPUS, wordt er gestart met het tekenwerk. Dat kan van één kastje gaan tot uiteraard een volledige keuken, dressing, noem het maar op. Wat daar uiteraard belangrijk is, is dat al de techniciteit daar aanwezig is. Dus de verbindingen aanwezig zijn, maar het is niet dat dat elke keer opnieuw ingevuld dient te worden. Uiteraard niet. En binnen onze software tekenen we met wanden. In een aantal softwares is er dan een vragenlijst die je moet beantwoorden en dan gaat de kast iets doen. Daardoor zijn we ook niet gelimiteerd naar de vormen van het meubel. Wat dan gebeurt? Goed, het is getekend. Dan gaan we postprocessen, zoals wij het noemen. Dus een druk op een knop en dan worden de bestanden gegenereerd voor de CNC-machine, voor een drevelmachine, voor een kantenlijmer, voor een nestingmachine. Afhankelijk van het machinepark. En daarnaast ook onze zaagoptimalisatie. En die zaagoptimalisatie, van daaruit gaan we dan ook naar de opdeelzaag of het plaatmagazijn of verder communiceren.

[10:49] Handmatige stappen uit het productieproces halen
Roel van Gils: Want waar zitten dan traditionele tijdrovende stappen die je met VLECAD dan in principe, of tenminste met jullie software, oplost?
Lars Vliegen: Dus de klassieke manier van werken is natuurlijk: oké, er wordt een tekening gemaakt, even in SketchUp, AutoCAD, wordt dat uitgewerkt, technisch uitgewerkt. Een zaaglijst gaat hij maken, gaat alles manueel gaan opschrijven of een Excel-lijstje gaan aanvullen. Dan gaat dat lijstje naar de opdeelzaag. De mensen moeten dat ofwel kunnen importeren en wordt het daar geoptimaliseerd, ofwel gaan ze het moeten overtypen. Het wordt gezaagd, het gaat naar de man aan de CNC. Die gaat daar kijken: oké, dit is het plan, wat moeten we hier gaan doen? Zich inleven in het plan om dan technisch correct uit te werken. En dan moeten die er, ofwel hebben ze wat variabele programma’s, maar als er dan weer wat uitzonderingen zijn, ja, die moeten onderdeel per onderdeel gaan programmeren, gaan verwerken op een CNC. En al die stappen, ja, daar hoort u al: dat is kans op fouten, kans op een typfout, een schrijffout. Ondertussen krijgt iemand een telefoontje, wordt hij eens weggeroepen om een ander te helpen. En dat zijn allemaal risico’s om fouten te maken. We kunnen daar eigenlijk niet met de vinger wijzen, uiteraard niet. En dat zorgt ervoor dat onze software, als mensen naar onze software overschakelen, horen we van klanten dat ze tussen de drie en de zes maanden gemiddeld de software hebben terugverdiend.
Roel van Gils: O, dat snel?
Lars Vliegen: Dat is heel snel. Uitzonderingen uiteraard sneller, en in de andere richting uiteraard ook. Maar gemiddeld genomen drie tot zes maanden.
Roel van Gils: Ja, maar gemiddeld genomen, dat zijn mooie cijfers die je kunt overleggen. En een interessant punt is ook dat jullie niet alleen kijken naar de techniek, maar ook kunnen meegroeien met de ontwikkeling van het bedrijf. Dus als bedrijven groeien, kun je daar ook mee.

[12:56] Meegroeien met het machinepark
Lars Vliegen: Ja, dus omwille van het feit dat we de brede kennis hebben, wil niet zeggen dat als iemand software aankoopt, dat wij zeggen: oké, tot hier en dan stopt het. Wij groeien met de firma mee. Een opdeelzaag en CNC-machine, maar we wilden gaan kijken voor een platenmagazijn met een nestingmachine om de productiecapaciteit te verhogen. Die mogelijkheden zijn daar gewoon bij ons. Wij hebben de verbindingen met Grundner, met Bargstedt, met Duivestein, met Biesse Winstore.
Roel van Gils: Ja, alle grote namen.
Lars Vliegen: Of toch een aantal zeer bekende namen hier. Dus voor de klant zelf biedt dat natuurlijk mogelijkheden. Als zij zeggen van: oké, bij dat ene merk heb ik meer voordelen of die hebben meer mogelijkheden met de machine, dan sluiten wij daar gewoon op aan en zorgen ervoor dat dat zo optimaal mogelijk werkt van onze kant uit.
Roel van Gils: En kunnen klanten ook relatief klein beginnen en daarna opschalen dan?
Lars Vliegen: Ja, aangezien wij in eerste instantie een productiesoftware zijn, gaan wij er meestal wel vanuit dat er een CNC-machine of iets aangestuurd dient te worden. Maar is dat een kleinere verticale machine? Of we zien nu bijvoorbeeld de Chinese merken, of de Aziatische merken, die steeds meer in Europa naar boven gekomen zijn. Dat zijn eigenlijk instapmachines, of toch naar prijs instapmachines. Maar die zijn volledig geëquipeerd. Wat wil ik daarmee zeggen? Een nestingmachine met een heftafel ervoor, met automatisch labelen ervoor, met een uitvoertapijt. Een volledige lijn, een nestinglijn, voor letterlijk onder de 50.000 euro. Ja, dat zijn natuurlijk interessante bedragen als we naar de Europese merken kijken.

[14:56] Aziatische machines en G-code
Lars Vliegen: Wat is daar een beetje een nadeel van? Merken wij in het algemeen. Meestal hebben die geen programmeeroppervlakte op de machine zelf. En is dat nog de PLC-sturing zoals we van de G-codes gewoon zijn, van de oude machines gewoon zijn. Maar die machines werken natuurlijk perfect. Daar kunnen wij heel gemakkelijk op aansluiten, omdat we die bijna 40 jaar kennis in huis hebben. En G-code is voor ons een goed gekende taal, laat ik het zo zeggen.
Roel van Gils: Maar niet voor heel veel meer mensen, toch? Begrijp ik. Tenminste, het wordt niet meer.
Lars Vliegen: Op scholen en zo wordt dat niet meer echt onderwezen, omdat het natuurlijk voor de leerlingen, de studenten, gemakkelijker is om met een oppervlakte te programmeren. bSolid, F4Integrate, noem ze maar op. Van alle verschillende merken. En Maestro, NC-Hops krijg je misschien daar tegenover. Ja, die hebben ze allemaal. Inderdaad. En hoewel het interessant is, zeker interessant is naar machinebediening, naar gebruik van een machine, is dat natuurlijk een meerwaarde dat die software aanwezig is. In die Aziatische machines, in die goedkopere range van machines, is dat niet aanwezig. En doordat die daar niet aanwezig is, gaat een school die meestal ook niet aankopen. Uiteraard niet, want ze willen natuurlijk ook hun flexibiliteit en hun gemak hebben voor de leerlingen. Maar die achterliggende G-code, waar iedere machine eigenlijk op werkt, dat wordt niet meer onderwezen of in mindere mate onderwezen.
Roel van Gils: Dus die kennis neemt af?
Lars Vliegen: Die kennis neemt inderdaad af. En dat zorgt gewoon ervoor dat wij nog eens extra belangrijker worden.
Roel van Gils: Wat betekent dat voor de interieurbouwer in principe?
Lars Vliegen: Dat is een kwestie van ontzorging. Dus wat wij gaan doen: uiteraard moet de interieurbouwer wel weten, zo werkt mijn machine. Zo moet ik een frees instellen. Zulke zaken zijn wel belangrijk. Maar langs de andere kant is dat van ons uit gewoon een bestand wat zij moeten inladen in de machine en een plaat opleggen en start duwen. Meer is het eigenlijk niet meer.
Roel van Gils: Oké, nou dat is gemakkelijk. Dat is gemakkelijk, ja. Want jullie merken ook echt een opkomst van die machines uit Azië?
Lars Vliegen: Ja, meer en meer. En logisch, de auto’s zijn ook al zo binnengekomen. Dus de CNC-machines en alles wat er rond hangt ook. En de Europese merken, die zeer, zeer goed zijn, uiteraard zeer goed zijn, die gaan dat toch merken. We merken nu al in het hele gebeuren bij de machineverdelers dat er toch een beweging gaat naar de Aziatische merken. Zeker in België merken we dat daar echt verdelers van machines die vroeger [onduidelijk] deden of Format of zo, dat die echt naar de Aziatische merken gaan.

[17:58] Nederland en de samenwerking met PaletteCAD
Roel van Gils: Ander punt, jullie zijn groot geworden in België, daar hadden we het in het begin al over, en nu nadrukkelijk bezig met de Nederlandse markt te veroveren, om het zo maar te zeggen. Waarom juist Nederland? Waarom is die markt zo interessant?
Lars Vliegen: We spreken eerst en vooral dezelfde taal, toch nagenoeg dezelfde taal. Ja, waarom? Omdat wij ook hier merken dat het maatwerk belangrijker wordt. Waar wij vroeger merkten, de Nederlandse markt, als er huizen gebouwd worden, dan is dat meestal, zeker in Nederland, volledige wijken. En is dat iets minder het maatwerk, want dan gaan ze gewoon kijken: oké, die kan die keuken en al die huisjes hier gaan creëren. Maar voor iedereen in België en ook in Europa begint plaats uiteraard een ding te worden. We mogen niet meer zo groot bouwen. We mogen dit niet, mogen dat niet. En we willen graag toch dat binnen ons huis de plaatsen die benutbaar zijn zo goed mogelijk benut worden. En inderdaad, dat zorgt er dan weer voor dat we toch moeten gaan kijken naar maatwerk. En daarmee zien we dat er in Nederland een echte grote marktgroei aanwezig is.
Roel van Gils: En wat maakt de Nederlandse markt anders dan België?
Lars Vliegen: Niet zoveel eigenlijk. Nee, inderdaad, niet zoveel. Uiteraard is in Nederland PaletteCAD zeer gekend. Heeft ook een heel mooi traject al afgelegd, uiteraard, met hun cliënteel. Waar wij ook regelmatig met hen samenwerken. Terwijl iedereen ons ziet als twee concurrentiële pakketten, zien wij elkaar als echt aanvullende pakketten.
Roel van Gils: Oké, kun je daar iets over vertellen?
Lars Vliegen: Ja, dus die samenwerking, daar zijn ongeveer twee jaar geleden de eerste gesprekken over begonnen, samen met Sander en mijzelf. Omwille van een gezamenlijke klant die zei van: ja, ik wil graag het ontwerpgedeelte en die elementen doen binnen PaletteCAD. Het productiegedeelte willen we graag doen met jullie software, omdat dat een stap verder gaat dan wat PaletteCAD kan doen op dat moment. Zien jullie dat zitten? En zo zijn eigenlijk de gesprekken begonnen samen met Sander. We hebben daar een bepaald bestandsformaat wat zij kunnen uitgeven naar ons en wat wij dan weer kunnen vertalen naar eender welke machine. En we hebben nu een tiental, richting de vijftien projecten samen al gedaan.
Roel van Gils: Aangepakt, oké.
Lars Vliegen: En dat begint nu ook uit te groeien, samen met hen, richting Luxemburg, Frankrijk. We hebben aanvragen via PaletteCAD om in Bosnië te gaan groeien ook. Dus ik vind dat samen, ja, samen sterk.
Roel van Gils: Die samenwerking heeft ook betrekking op de G-code?
Lars Vliegen: Ja, inderdaad. Zij gaven aan van: kijk, wij kunnen dat niet. Ze zijn er ook heel open in communicatie. Kunnen jullie een oplossing aanreiken? En dat heeft er eigenlijk voor gezorgd dat we echt veel projecten al hebben samen kunnen doen. Omdat die G-codemachines natuurlijk net gunstig zijn voor de kleinere mensen. Ja, kleine bedrijven.

[21:11] Groei buiten België en Nederland
Roel van Gils: Kleine partijen. Dus het is niet alleen van België naar Nederland, maar eigenlijk naar de wereld, als ik dat zo beluister. Of naar Europa misschien eerst. Maar je vertelde ook al dat je al aanvragen hebt uit Australië zelfs.
Lars Vliegen: We beginnen naam te krijgen, ja. Inderdaad, het is een kwestie van een zaadje planten, natuurlijk, en openstaan om samen de klant te bedienen. Dus niet te eigenwijs zijn en zeggen: ja, wij kunnen alles en wij gaan dit wel doen en wij zullen dit wel doen. Doen waar de klant misschien mee geholpen is tot 70 à 80 procent en waar dan toch die 20 à 30 procent die hij niet kan optimaliseren, toch wel een belangrijke winstfactor kan zijn. Waar wij dat gedaan hebben met PaletteCAD, waar zij zeggen: het ontwerpgedeelte waar wij niet krachtig in zijn, we geven dat ook toe. Wij zijn altijd begonnen vanuit die technische kant. Zij zijn altijd vertrokken vanuit het mooie ontwerp en het inrichten en uiteraard alles wat daarbij hoort. Dus we sluiten daar wel heel mooi op elkaar aan.
Roel van Gils: Een mooie synergie, jullie vullen elkaar aan in die zin.
Lars Vliegen: Ja, en dat zorgt ervoor, het is bewezen al, zoals ik zeg, zeker al tien keer dat het systeem werkt.
Roel van Gils: Maar vooral ook buiten Europa, dus? Of in Europa en zelfs dan?
Lars Vliegen: Ja, dus buiten Europa is het in Australië, waar ik deze middag toevallig een gesprek mee had met een partij die zei van: ja, kijk, we hebben een automatisatie, we zijn bezig met een partij in België om hun werking over te nemen, om het zo maar te zeggen. En die werken met jullie software. Zien jullie het zitten om dat ook bij ons in Australië te doen? Uiteraard, ja. Ja, want dan misschien mag ik ook eens [onduidelijk]. Dus in dat opzicht, ja, overal een zaadje planten. Dat was toevallig gekomen door een goede samenwerking met de mensen die automatische platenmagazijnen maken. En die zei: kijk, ga eens bij VLECAD horen, want die kunnen misschien een oplossing voor jullie ook aanreiken.
Roel van Gils: Oké, nou klinkt goed. Ja, de wereld over. VLECAD de wereld over.
Lars Vliegen: Ja. Dus we zijn ons intern allemaal aan het voorbereiden om die stap ook zo efficiënt mogelijk door te stappen.

[23:27] Robotisering en verdere automatisering
Roel van Gils: Want waar ligt voor jullie de volgende stap als het gaat om automatisering? Zie je straks een interieurbouwer waarin steeds minder mensen daadwerkelijk aan de productiemachine staan?
Lars Vliegen: Ja, uiteindelijk. Ik heb dus ooit – en waar ik over spreek is bijna 15 jaar geleden al – eens gezegd: kijk, eigenlijk zou met de technologie van toen [onduidelijk] voor maatwerk te maken.
Roel van Gils: Gelijk in China hebben ze dat op de distributiecentra, of ook echt in de maatwerkindustrie?
Lars Vliegen: Echt waar, ja. En daar hebben ze echt volledige hallen waar niemand aan het werk is. Of ja, alleen de machines. Machines zijn aan het werk en dan is het vooral één of twee mensen die een beetje een oogje in het zeil houden. Maar dat zou perfect kunnen gaan met de technologie van 15 jaar terug al. En ondertussen is die technologie nog verder geëvolueerd en is robotisering echt in opkomst binnen onze branche. En ik zou zelf zover gaan, want ik ben er zelf al voor aan het kijken geweest, om zo’n humanoïde robot te kunnen gaan programmeren om een plaatser te helpen. Iemand die de plaatsing doet bij de klanten. Om te zeggen: in plaats van we gaan met twee mensen plaatsen, nee, we pakken één persoon en we gaan een humanoïde robot. Materiaal gaat halen, die assisteert eigenlijk. Dus helaas, op dit moment zijn de humanoïde robots die voldoende gewicht kunnen nemen enorm duur. Maar ik zie dat als toekomst: dat gaat gebeuren. Moeten wij daar iets voor programmeren? Nee, dat gaat allemaal AI-gerelateerd zijn, uiteraard.
Roel van Gils: Dus ook naar plaatsing toe inderdaad.
Lars Vliegen: Inderdaad, ja. Want uiteindelijk is een werkplaats eenvoudig te automatiseren, te optimaliseren. Het is eenmaal als u buiten die werkplaats gaat, waar de wereld iedere dag verschilt, dat is uiteraard nodig.

[25:34] KORPUS 14, AI en productieopvolging
Roel van Gils: Ja, snap ik. Maar goed, jullie staan ook niet stil. KORPUS 14 komt eraan, geloof ik. Ja, met onder meer vrije vormoptimalisatie.
Lars Vliegen: Ja. Dus in die KORPUS 14 gaan we inderdaad de vrije vormoptimalisatie doen. We hebben nu een rechthoekoptimalisatie die al jaren bestaat met AutoFIT. Echte vrije vormen, omdat we steeds meer de gebogen meubels binnenkrijgen binnen ons tekenpakket. Dat kan volledig al getekend worden. Enkel als er dan schenkels en zo geoptimaliseerd moesten worden, dan hadden wij daar veel ruimteverlies tussen. Dus daar hebben we een oplossing in KORPUS 14 voor geschreven. Dan ook om toch wat meer aan te sluiten aan het ontwerp en de mogelijkheid om met AI te renderen, of dat die het mooie beeld gaat genereren zonder dat daar echt tijd en energie gestoken moet worden in het aankleden van die tekening. Een bloemetje daar, een lampje daar, dat kan gewoon ingegeven worden.
Roel van Gils: Ja, gewoon ingeven en dan wordt dat uitgevoerd.
Lars Vliegen: Ja. Waar zijn we nog mee bezig? We hebben VLECAD ONE. VLECAD ONE is eigenlijk ons opvolgsysteem. Wat inhoudt dat we elk stuk waar het naartoe moet binnen het atelier, binnen de werkplaats, en in welke positie dat moet gebeuren. Dus de klant kan dan van de andere kant van de wereld, bij wijze van spreken, opvolgen of een machinepark goed aan het werken is. Of de mensen goed aan het werken zijn. Dus tijdens de vakantie kan hij even kijken van: oké, dat project is nu bezig, zoveel stukken liggen bij de CNC, zoveel stukken liggen daar. Registratie daarbij tussen de stations. Het voordeel natuurlijk daarvan is dat ook de klant meer en meer zicht krijgt van: waar zit mijn bottleneck binnen mijn productiegedeelte? We hebben dus zoiets al met VLECAD Insights, wat nu al actief is, maar dat is meer van: hoeveel gaatjes boren jullie, hoeveel lopende meter afplakband zijn er, hoeveel kanten worden gedaan. Zulke zaken krijgen ze nu al uit de software.
Roel van Gils: Ja, dus ook dat blijft volop in ontwikkeling, inderdaad.
Lars Vliegen: En ook daar willen we dan met de tijd AI op zetten om dan ook weer een soort van verslag, wekelijks, maandelijks, terug te geven. Van: kijk, dit kan beter, dat kan daar, dat kan daar.
Roel van Gils: Zelflerend effect in die zin.
Lars Vliegen: Ja, om onze klantengroep, die we hebben gemerkt gewoon in het algemeen: het zijn technische mensen, kennen perfect hun job, zijn ook heel gedreven daarin. Oké, nu gaan we hier eens tijd voor maken. Omdat dat een beetje buiten de comfortzone ligt.
Roel van Gils: Ja, ze willen bezig zijn met de corebusiness.
Lars Vliegen: Ja, inderdaad. En daar willen wij mee helpen denken van: kijk, we kunnen het hier nog beter maken. Waardoor er minder tijd daar en daar verloren gaat. Dus meer marge op het einde van de maand.

[28:45] Nieuwe technologie in de werkplaats
Roel van Gils: Dus in de software gebeurt heel veel. Zien jullie ook nog een ander soort, ander type machines eraan komen? Of blijft dat wel redelijk?
Lars Vliegen: Redelijk, ja. Zoals ik zeg, de robotisatie, dat dat denk ik de volgende stap gaat zijn bij ons, in onze branche. Andere soorten machines. We hebben bijvoorbeeld wel – ik ben twee weken terug in Atlanta op een beurs geweest – het bestaat misschien al langer, ik had het nog nooit op een beurs gezien in ieder geval, dat ze effectief decors printen op hout. En dat vond ik wel heel mooi, want er waren heel heldere kleuren, heel diepgaande kleuren. De nerf van het hout of de structuur van het hout kwam er niet eens door. En toch had u dan een mooie print op een kastje of een deurtje van de dressing of zo. Dat dat heel mooi gepersonaliseerd werd. Dat vond ik wel een mooi systeem. Wie weet gaat dat nog verder groeien. Naar de rest, zoals ik zeg, robotisatie. Automatiseren, mensen die niet nodig zijn in de werkplaats. Omdat er een robot kan gezet worden, daar zal een robot komen. Omdat die niet ziek wordt.
Roel van Gils: Ja, zo is het.
Lars Vliegen: Die gaat misschien wel eens een keer falen, natuurlijk.
Roel van Gils: In de opstartfase wellicht.
Lars Vliegen: Maar meestal kan die net iets efficiënter ingeschakeld worden. Tijdens de pauze kan die gewoon doordoen en zo.

[30:07] Advies aan de interieurbouwer
Roel van Gils: Ja, oké. Nou, Lars, leuk om een inkijkje gekregen te hebben in waar jullie voor staan, wat jullie allemaal doen. Als een Nederlandse interieurbouwer deze podcast beluistert, kun je hem een advies geven?
Lars Vliegen: Ja, een advies is eigenlijk heel eenvoudig. Als jullie nog werken met effectief potlood achter de oren en schetsjes, en we gaan alle lijstjes manueel nog uitwerken, dan zou ik zeker de markt eens verkennen. Ik zeg niet dat wij de beste oplossing zijn voor uw situatie, maar ga de markt zeker eens verkennen. Ga bij onze collega’s eens langs. Ook hun gun ik het. Zorg ervoor dat u daarin mee bent, want dat gaat daadwerkelijk enorm veel geld opbrengen.
Roel van Gils: Kijk aan, mooie afsluiter. Dankjewel, Lars.
Lars Vliegen: Graag gedaan.
Roel van Gils: Met VLECAD en Lars Vliegen. Binnenwerk de Podcast is een uitgave van Louwers Mediagroep. Dank voor het luisteren.

Heeft u vragen over dit artikel, project of product?

Neem dan rechtstreeks contact op met Vlecad.

Vlecad 2 Contact opnemen

Stel je vraag over dit artikel, project of product?

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Vlecad 3 Telefoonnummer +32 (0)89 819330 E-mailadres info@vlecad.be Website vlecad.be

Gerelateerde podcasts

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten